Nieuws

17 februari 2016

Reactie LAKS Onderwijs2032

Begin 2015 richtte Staatsecretaris Sander Dekker het Platform Onderwijs2032 op. Dit platform kreeg de opdracht na te gaan wat de examenkandidaten in 2032 moeten kennen en kunnen wanneer zij hun middelbare school diploma krijgen. Omdat dit een zeer complexe vraag is, besloot dit Platform om een nationale dialoog te beginnen. Iedereen werd gevraagd een antwoord te geven op de vraag ‘hoe moet het po en vo curriculum van de toekomst eruit zien?’.

Als LAKS vinden wij het belangrijk dat ook de stem van scholieren gehoord wordt. Daarom hebben wij in 2015 deze vraag voorgelegd aan talloze leerlingen.  Uit deze gesprekken kwamen de volgende aanbevelingen:

1.    In het toekomstige onderwijs moet er meer ruimte komen voor persoonsvorming.  Leerlingen willen zichzelf en de mensen om hen heen leren kennen en weten hoe je met elkaar omgaat. Ook is het belangrijk dat zij leren wat het betekent om deel uit te maken van de Nederlandse samenleving.
2.    Nederlands, Engels en wiskunde zijn zo belangrijk, dat deze een prominente rol verdienen binnen het curriculum.
3.    ICT moet een belangrijke rol spelen binnen het onderwijs. Zowel mediawijsheid als vaardigheden als programmeren zijn zo belangrijk dat iedereen hiermee moet kunnen gaan.
4.    De creativiteit van de leerlingen moet worden aangewakkerd. Daarom zien zij graag veel ruimte voor creatieve vakken.
5.    Leerlingen willen de wereld om hen heen en de wereld die zij op het nieuws zien begrijpen.
6.    Aan het begin van de middelbare school is het belangrijk dat leerlingen een breed scala aan kennis aangeboden krijgen, waarna zij zich in de latere jaren kunnen specialiseren. Zorg er daarom voor dat er voldoende ruimte is om écht de diepte in te kunnen gaan, zeker in de bovenbouw. Voor het vmbo geldt dat er voldoende ruimte moet zijn om je te ontwikkelen tot een echte ambachtsman.
7.    Maak duidelijk waarom je iets leert, het liefst door de lesstof te koppelen aan de praktijk.  Veel leerlingen vragen zich geregeld af ‘wat heb ik hier aan?’ wanneer zij een nieuw onderwerp behandelen. Maak daarom duidelijk waarom de lesstof maatschappelijk relevant is en bij welke beroepen je het nodig hebt.
8.    Leerlingen willen zelf de regie hebben over hun eigen leerproces.  Op dit moment is bijvoorbeeld het taalaanbod te beperkt, waardoor leerlingen te veel het idee hebben dat zij dingen moeten in plaats van willen doen. Liever zouden zij zien dat zij meer talen kunnen leren, of zelf kunnen bepalen met welke (deel)onderwerpen zij zich bezighouden.

Als we kijken naar het eindadvies van het Platform, zien wij al deze dingen terug. Eén van de uitgangspunten is dat leerlingen voor een groot deel leren vanuit hun eigen interesses en daarbij zelf keuzes mogen maken.  In die zin is het curriculum een belangrijke stap richting meer maatwerk in het onderwijs.

Maar wat leren toekomstige scholieren dan? In de nieuwe opzet volgen alle leerlingen een kerncurriculum bestaande uit de reeds bestaande vakken Nederlands, Engels en Rekenvaardigheden (waar wiskunde onder valt). Daarnaast worden er twee vakken toegevoegd aan deze kern; Burgerschap en digitale geletterdheid. Tijdens de lessen burgerschap leren leerlingen hoe zij met (verschillen tussen) elkaar om moeten gaan en hoe zij in een democratische samenleving moeten functioneren. Leren programmeren, mediawijsheid en informatievaardigheden komen allemaal terug tijdens de lessen digitale geletterdheid. Het komende jaar gaat het Platform verder uitwerken wat de leerlingen van de toekomst precies moeten leren.

Uit de gesprekken die het LAKS het afgelopen jaar hield, kwam duidelijk naar voren dat scholieren de wereld beter willen begrijpen. Gelukkig wordt deze mening gedeeld door de mensen van het Platform. Om dit te regelen, pleit het Platform voor meer verbinding tussen verschillende vakken. Zij stellen voor om het curriculum in te delen in 3 verschillende interdisciplinaire kennisdomeinen: Mens & Maatschappij, Natuur & Techniek en Taal & Cultuur. Het is de bedoeling dat leerlingen tijdens deze clusters meer de diepte in gaan dan nu het geval is. Dit doen zij door vragen als ‘Hoe blijft een land welvarend en krijgt iedereen kansen?’ of ‘hoe geeft de mens zin aan zijn bestaan?’ te beantwoorden. Om dat te faciliteren, zal er minder gesteund worden op de parate kennis van leerlingen en meer op hun onderzoekende houding en kritische denken. Het LAKS is benieuwd op welke manier dit verenigbaar is met de wens van leerlingen om te beginnen met een breed aanbod aan kennis waarna leerlingen zich gaan specialiseren.

Tot slot komt er veel ruimte vrij voor verdieping en verbreding. Elke school krijgt de vrijheid om te bepalen hoe zij de verdieping willen organiseren. Dit kan zowel binnen als buiten de school.  Volgens het LAKS biedt dit veel mogelijkheden tot maatwerk. Het LAKS pleit er daarom voor om de wens van de leerling centraal te zetten bij de invulling van deze uren. Op die manier krijgen zij de gewenste regie en leren zij wat zij leuk en interessant vinden.

Het LAKS is benieuwd naar de verdere uitwerking en concretisering van dit curriculum. De implementatie van dit curriculum zal verregaande gevolgen hebben voor de school en haar omgeving.  Echter, een beetje ambitie kan natuurlijk geen kwaad. Het LAKS neemt graag haar verantwoordelijkheid en staat te popelen om ook de komende tijd constructief en actief betrokken te blijven bij deze ontwikkeling.

Reageren?
Je e-mailadres wordt niet getoond. En we gaan netjes met je gegevens om!
Reacties:
  • 18 mei 2016
    Klaas Mulder
    Bij de bespreking van het advies van Schnabel in de tweedekamer commissie onderwijs op 18 mei blijkt dat bijna alle politici het eens zijn met leraren die tegen het advies zijn. Tijd voor een grote landelijke scholierenstaking voor verandering! Anders krijgen de lerarenvakbonden hun zin en blijft alles bij het oude