Nieuws

13 april 2016

Op weg naar maatwerk

Maatwerk in het onderwijs is hot. Recent laaide de discussie over maatwerk in het onderwijs weer op toen verschillende (onderwijs) partijen stelden dat het onderwijs niet goed genoeg aansluit op de (toekomstige) arbeidsmarkt, scholieren en maatschappij. Het huidige systeem is te stroef, waardoor scholieren niet worden uitgedaagd en soms gedemotiveerd raken. Hierdoor gaat er veel talent verloren. Mede daarom is er een steeds hardere roep om maatwerk in het onderwijs.


Het LAKS is een groot voorstander van deze ontwikkeling. Immers, als je wilt dat iedere scholier zich maximale ontplooit, moet je het onderwijs toespitsen op de scholier zelf. Hierdoor worden scholieren meer uitgedaagd op die onderdelen waar zij goed in zijn en krijgen zij  juist extra hulp waar zij dat nodig hebben. Wij vinden echter dat maatwerk niet alleen bedoeld is voor excellente scholieren. Talenten en interesses kunnen immers op veel meer manieren aangewakkerd worden dan door het niveau te verhogen. Daarom pleiten wij onder andere voor het volgende:


1. Recht op maatwerk
Alle scholieren verdienen het recht op een op hun individuele behoeftes afgestemd leertraject. Dit betekent dat leerlingen vakken op een hoger niveau mogen volgen, extra vakken op een lager niveau, erkenning krijgen voor extracurriculaire activiteiten op en regie hebben over hun eigen leertraject. In die zin is maatwerk niet alleen bedoelt voor excellente scholieren. Het doel van maatwerk moet juist zijn om het optimale uit iedere scholier te halen zodat zij allemaal gezien worden als excellent.

2. Vakken op hoger niveau volgen mag.
Alle leerlingen moeten de mogelijkheid krijgen om vakken op een hoger niveau te volgen. Scholieren moeten echter wel tegen zichzelf beschermd worden. Daarom is het belangrijk dat elke school in haar beleid concretiseert wanneer scholieren in aanmerking komen om een vak op een hoger niveau te volgen. Ten tweede moeten scholieren niet gestraft worden voor hun ambitie. Daarom moet er een terugvaloptie zijn wanneer het hogere niveau toch te hoog gegrepen blijkt te zijn. Wij stellen daarom voor dat de volgende zaken wettelijk worden verankerd:


-     Wanneer een scholier gemiddeld een 7.0 (of ruim voldoende voor scholen die niet met cijfers

      werken) of hoger voor een vak staat aan het eind van een schoolperiode, mag hij of zij een vak

      op een hoger niveau volgen. Dit om te voorkomen dat scholen onredelijk hoge voorwaarden

      stellen aan scholieren die een vak op een hoger niveau willen volgen.
-     De leerling-geleding van de MR krijgt instemmingsrecht op het schoolbeleid ten aanzien van

      vakken op een hoger niveau volgen wanneer de scholier niet aan de vastgestelde eis gemiddeld

      een 7.0 (of ruim voldoende voor scholen die niet met cijfers werken) of hoger voor een vak staan

      aan het eind van een schoolperiode voldoet. Op die manier willen wij waarborgen dat de school

      geen onredelijk hoge eisen gaat stellen.
-    Voordat er definitief besloten wordt of een scholier een vak op een hoger niveau gaat

     volgen, vindt er altijd overleg plaatst tussen de betreffende docent, mentor, ouders en scholier.
-    Wanneer een scholier zakt voor een vak dat hij op een hoger niveau volgt, moet hij de 

     mogelijkheid krijgen om dit vak te herkansen op zijn oorspronkelijke niveau in de eerstvolgende

     (school)tentamenperiode.
-    Wanneer de school zelf niet de faciliteiten heeft om een vak op een hoger niveau aan te bieden,

     wordt zij geacht een regeling te treffen om dit alsnog mogelijk te maken. Dit betekent dat de

     scholier de lessen desnoods op een andere locatie dan in de eigen school volgt.
-    Op het diploma moet komen te staan dat een scholier vakken op een hoger niveau heeft

     afgerond.

3. Vakken op lager niveau
De samenhang tussen verschillende vakken garandeert dat scholieren een bepaald niveau hebben. Daarom zijn wij huiverig in het loslaten van het huidige systeem. Echter, wanneer scholieren extra vakken op een lager niveau volgen halen zij nog steeds het gewenste niveau. Daarom zijn wij er een groot voorstander van dat de technisch onderbouwde havist als extra vak ook metaalbewerking mag doen wanneer hij dat wenst. Op die manier krijgt hij immers een nog beter inzicht in technische processen. Om dit regelen, stellen wij voor dat het volgende in wetgeving wordt verankerd.
-     Een scholier mag altijd een extra vak volgen op een lager niveau. Met extra vakken bedoelen

      wij vakken die niet onder het gemeenschappelijke, profiel of sector deel van het

      examenprogramma vallen.
-     Het vak dat op het laagste niveau is afgerond is niet leidend voor de niveauaanduiding van

      datzelfde diploma.
-     Wanneer de school zelf niet de faciliteiten heeft om een vak op een lager niveau aan te bieden,

      wordt zij geacht een regeling te treffen om dit alsnog mogelijk te maken. Dit betekent dat de

      scholier de lessen desnoods op een andere locatie dan in de eigen school volgt.
-     Op het diploma moet komen te staan welke vakken een scholier op een lager niveau heeft

      afgerond.

4. Vakken versneld afronden
Scholieren die in staat zijn om een vak sneller af te ronden dan binnen de daarvoor vastgesteld urennorm, mogen dit altijd doen. Om dit te regelen stellen wij de volgende wijzigingen voor.
-    Scholieren mogen vakken versneld afronden wanneer zij dat willen. Wel moeten zij

     het hetzelfde examenprogramma afronden als scholieren die het vak niet versneld afronden.
-    Op het moment dat een scholier een poging doet om een vak versneld af te ronden maar besluit

     daar niet mee door te willen gaan of daar niet in slaagt, heeft hij het recht om terug te vallen op

     het oorspronkelijke tempo.
-    Er moeten minimaal twee afnameperiodes komen voor de centrale examens, met een

     tussenpose van een half jaar.
-    Een scholier mag altijd besluiten om een vak in het gebruikelijke tempo af te ronden.
-    Wanneer een scholier een vak versneld probeert af te ronden en zakt, komen deze resultaten in

     het eerstvolgende schooljaar te vervallen.  De scholier kan dan in het eerstvolgende schooljaar

     opnieuw een poging doen om dit vak af te ronden.
-    De vrijgekomen tijd mogen scholieren naar eigen inzicht invullen. Wel moet dit in overleg met

     de school gebeuren en dient de vrijgekomen tijd besteed te worden aan verdere persoonlijke

     ontwikkeling van de scholier binnen of buiten de school.
-    Versneld een vak afronden mag geen voorwaarde worden om een poging te mogen doen een

     vak op een hoger niveau af te ronden.

5. Plusdocument
Het plusdocument kan een zeer waardevolle toevoeging in het huidige onderwijssysteem zijn. Scholieren krijgen de erkenning voor datgene wat zij gedaan hebben. Het plusdocument moet echter geen extra selectie-instrument worden. Het moet vooral een extra stimulans zijn om je breder te ontwikkelen dan datgene waar het standaard lesaanbod in voorziet. Om ervoor te zorgen dat scholieren er ook daadwerkelijk wat aan hebben, stellen wij het volgende voor:
-    Scholieren zijn zelf eigenaar van het plusdocument.
-    Scholieren mogen zelf bepalen wat zij op het plusdocument zetten.
-    Elk plusdocument krijgt een verplicht deel waarin scholieren aangeven welke extra
     activiteiten zij hebben ondernomen.
-    Naast het verplichte deel, mogen scholieren ervoor kiezen om extra onderdelen op te nemen in

     het plusdocument.
-    Elke school moet in haar schoolplan aangeven wat er allemaal op het plusdocument kan komen

     te staan en welke activiteiten de school onderneemt om scholieren te stimuleren zich zo breed

     mogelijk te ontwikkelen.
-    De leerling-geleding van de MR krijgt instemmingsrecht op het schoolbeleid ten aanzien van het

     plusdocument en welke activiteiten de school onderneemt om scholieren te stimuleren zich zo

     breed mogelijk te ontwikkelen. Op die manier willen wij waarborgen dat de school geen

     onredelijke eisen gaat stellen.
-    Alles wat de scholier op zijn plusdocument zet, wordt gevalideerd door minimaal 2 docenten.  
-    Het plusdocument wordt aan het eind van de schoolcarrière als bijlage bij het diploma  

     toegevoegd.

6. Profiel en keuzevakken
Het kiezen van die vakken die jij interessant vindt is ook een vorm van maatwerk. Voor scholieren werkt het demotiverend wanneer zij niet die vakken mogen volgen die zij willen volgen. Wij vinden dit zeer kwalijk en stellen daarom voor dat het volgende in de wet wordt vastgelegd:
-    Wanneer scholieren aan de overgangsnorm voldoen, mogen zij altijd het profiel of de sector en

     de daarbij behorende vakken volgen die zij willen indien de school die benodigde vakken

     aanbiedt.
-    Een school mag geen aanvullende eisen stellen voor de toelating tot (keuze)vakken.
-    Elke scholier heeft recht om een extra vak te volgen wanneer de school dat aanbiedt. Dit

     betekent dat een scholier niet geweigerd mag worden op basis van zijn resultaten of  

    organisatorische argumenten.

7. Toelating vervolgonderwijs
Maatwerk mag niet leiden tot zwaardere toelatingseisen bij vervolgopleidingen. Scholieren die wat extra’s doen moeten juist beloond worden. Daarom stellen wij het volgende voor:
-    Scholieren die gedeeltelijk aan de gestelde toelatingseisen voldoen, mogen een toelatingstest

     maken om aan te tonen dat zij het niveau aankunnen dat vereist is. Dit gaat bijvoorbeeld om

     scholieren die enkele vakken op een hoger niveau hebben gevolgd en naar een opleiding die

     aansluit op het niveau van de hoogste vakken willen doorstromen.
-    Vervolgopleidingen mogen geen extra toelatingseisen stellen. Mbo opleidingen mogen   

     bijvoorbeeld niet eisen dat scholieren vakken op havo niveau hebben afgerond, hbo opleidingen

     mogen niet eisen dat scholieren vakken op vwo niveau hebben afgrond en wo opleidingen

     mogen niet eisen dat scholieren pre-university trajecten hebben afgerond. Ook mogen  

     vervolgopleidingen niet eisen dat je bepaalde extracurriculaire activiteiten hebt ondernomen die

     niet binnen het reguliere examenprogramma zoals beschreven in het examenbesluit VO vallen.

     Een vmbo opleiding geeft toegang tot het mbo, een havo diploma tot het hbo en een vwo

     diploma tot het wo.

8. Geef scholieren de ruimte.
Bouw genoeg ruimte in het onderwijsprogramma zodat scholieren dingen kunnen leren die zij interessant vinden. Op veel scholen is er op dit moment te weinig vrije ruimte om je te ontwikkelen buiten het reguliere lesaanbod om. Wij zien dit als een gemiste kans en pleiten daarom voor de volgende dingen:
-    Houd in het (jaar)rooster uren vrij waarin scholieren activiteiten, projecten of lesprogramma’s

     kunnen volgen die gericht zijn op hun eigen interesses. Deze uren mogen naar eigen inzicht van

     de scholier worden ingevuld. Wel moet hij aangeven wat hij daar geleerd heeft in bijvoorbeeld

     een verslag.
-    Bied de mogelijkheid om onderdelen van het lesprogramma buiten de school af te ronden.
-    Zorg voor een ruim aanbod aan keuzevakken/modules. In het vmbo kiezen scholieren met ingang

     van schooljaar 2016-2017 keuzemodules die onderdeel uitmaken van het beroepsprofiel. Ook

     het advies van onderwijs2032 pleit voor meer ruimte voor scholen om invulling te geven aan het

     lesaanbod. Zorg er in beide gevallen voor dat scholieren daadwerkelijk wat te kiezen hebben, in

     plaats van deze ruimte op te vullen met verplichte onderdelen.

Deze en nog meer aanbevelingen zijn tot stand gekomen naar aanleiding van talloze gesprekken die wij afgelopen jaar gevoerd hebben met scholieren. Mocht u een volledig verslag hiervan willen lezen, kijk dan hier.





Reageren?
Je e-mailadres wordt niet getoond. En we gaan netjes met je gegevens om!
Reacties: